Het A-Z van de Hartenlustschool

Hier een korte inleiding van dit onderdeel van de site en de gebruikswijze ervan. Wanneer in de linkerkolom een van de alfabetisch gerangschikte zoektermen wordt aangeklikt verschijnt rechts de informatie en/of verwijzingen.

Faalangst

Wat is faalangst?
Faalangst is de angst om te mislukken in situaties waarin je (denkt dat je) beoordeeld wordt. Die angst werkt belemmerend.
“Je hebt een toets (een proefwerk of een s.o.) en naar jouw idee goed geleerd. Op het moment dat je de opgaven krijgt, weet je niks meer en breekt het zweet je uit. Nadat je je blaadje hebt ingeleverd en het lokaal uit loopt, weet je alles weer!”

Thuis, tijdens het overhoren, loopt het goed maar in bepaalde schoolsituaties zijn kinderen zo gespannen dat ze lager scoren dan ze op grond van hun niveau kunnen.

Faalangst komt in drie vormen voor:

  • Cognitieve faalangst: angst bij taken die te maken hebben met leren of kennen.
  • Sociale faalangst: bij sociale faalangst gaat het om de angst afgewezen te worden door mensen die belangrijk voor je zijn (b.v. je klasgenoten). Onzekerheid, net de verkeerde dingen doen of juist niets doen en in een geïsoleerde positie terecht te komen.
  • Motorische faalangst: is de angst in situaties waarin je je lichaam moet bewegen, tijdens sportles, praktijkvakken maar ook het naar voren lopen in het klaslokaal.

Faalangst is taakgebonden, faalangstige mensen hebben een bepaald gedachtepatroon. Ze denken vaak dat ze de enige zijn, een mislukking wordt vertaald als “zie je wel, ik kan niks” en succes gezien als “ïk had gewoon geluk”.

Waaraan herken je faalangst ?
Kinderen reageren verschillend op faalangst. Zo zijn er de verlegen, teruggetrokken leerlingen. Maar bij anderen zie je juist agressief of brutaal gedrag, ook kan het tot clownesk gedrag leiden. Naast dit gedrag tonen faalangstige kinderen vaak lichamelijke klachten. Hoofdpijn, buikpijn en inslaapproblemen zijn daar voorbeelden van. Faalangstige kinderen denken meestal negatief over zichzelf, zijn vaak (veel te) lang met hun huiswerk bezig.

Hoe helpt de Hartenlustmavofaalangstige leerlingen?
Door de mentor, docenten, ouder(s )/verzorger(s) docenten kan faalangst bij leerlingen gesignaleerd worden. In het najaar wordt de Schoolvragenlijst afgenomen bij alle brugklassers. Dit is een vragenlijst waarin motivatie, welbevinden en het zelfconcept van de leerling tot uiting komen. De resultaten worden met een medewerker van de Onderwijsbegeleidingsgroep besproken.

Voor leerlingen die als “faalangstig” uit de vragenlijst komen vindt samen met de trainer en de leerling een diagnostisch gesprek plaats.
Aan de hand van informatie van de basisschool, de mentor, docenten, de uitkomst van de schoolvragenlijst , het diagnostisch gesprek met de leerling en in overleg met de ouder(s)/verzorger(s), worden leerlingen geselecteerd en uitgenodigd voor een trainingsgroep. Deze trainingsgroep zal acht keer bij elkaar komen om deel te nemen aan de faalangstreductietraining.

De basis voor de training is een afgeleide versie van de RET (Rational Emotive Therapy): het G-denken. Grofweg kom het erop neer dat de leerlingen leren dat onze gedachten ons gedrag bepalen. Elke situatie brengt ons tot gedachten over die situatie en die gedachten bepalen hoe wij ons in die situatie voelen en gedragen. De situatie kunnen we meestal niet veranderen, maar als we kritisch kijken naar onze gedachten, dan blijkt dat faalangstige en onzekere mensen vaak irrationele en emotionele gedachtepatronen ontwikkelen die angst en onzekerheid tot gevolg hebben.
In de trainingen leren wij de leerlingen hun gedachten te rationaliseren. Ook wordt er aandacht besteed aan ademhalings- en ontspanningstechnieken. Uiteraard worden de trainingen opgebouwd: kennismaking, groepssfeer vormen, het uitleggen van de technieken, oefenen en het gebruiken van de geleerde technieken. Tot slot vindt er een evaluatie plaats.

Ingrid Huneker
Tilly de Jong

Downloads en documenten

Archief downloads